Cisca Peters, stervensbegeleider: “Als je niet meer geraakt wordt door dit werk, moet je ermee stoppen”

6 september 2019 in Maatschappij

Cisca Peters kreeg na dertig in de zorg te hebben gewerkt een burn-out en moest een heroverweging maken. Wilde ze dit werk de rest van haar leven blijven doen? Ze besloot haar hart te volgen en hbo-theologie te gaan studeren. Het leidde tot een enerverende loopbaan als geestelijk verzorger, verpleegkundig consulent spierziekten en consulent euthanasie.  

Cisca geeft als zelfstandig ondernemer cursussen stervensbegeleiding aan onder meer thuiszorgmedewerkers, ze begeleidt in het Erasmus MC patiënten die de onbehandelbare spierziekten ALS of PSMA hebben, helpt cliënten met hun euthanasieverzoek bij de Levenseindekliniek, ondersteunt nabestaanden bij rouw en doet daarnaast nog allerlei andere inhoudelijke zingevende projecten waaronder bij de Vereniging van Vrijzinnig Protestanten. “Ik ben een wat vreemde eend in de bijt”, legt ze uit. “Ik kom namelijk dagelijks met de dood in aanraking. Dan is de combinatie verpleegkundige en geestelijk verzorger een beetje gek, maar natuurlijk ook heel bijzonder.”

“Als oma een sterretje wordt, moet ze broodjes mee voor onderweg”

ALS-patiënten hebben gemiddeld drie tot vijf jaar te leven wanneer zij de uitslag te horen krijgen, al gaat het soms heel snel achteruit. Cisca begeleidt momenteel tussen de zeventig en honderd cliënten met deze fatale ziekte die ze helpt nadenken met wat er nog mogelijk is in de laatste fase van hun leven. “Het is heftig, maar ook inspirerend. Deze mensen hebben een enorme wilskracht om te overleven en halen alles eruit wat er nog in zit. Om daar getuige van te zijn en deze levenswijsheid door te mogen geven is heel dankbaar.”

Persoonlijke grenzen

Ook bij de Levenseindekliniek krijgt ze te maken met situaties waarin men niet meer beter wordt en wordt gekozen voor het actief beëindigen van het leven. “Mijn doel is om al mijn cliënten zelf keuzes te laten maken. Dat klinkt gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het gaat om hele persoonlijke grenzen die bovendien tijdens het ziekteverloop kunnen veranderen.” Ze geeft als voorbeeld dat sommigen geen sonde of beademing willen en later toch weer wel of juist andersom. Keuzes die voor de omgeving lang niet altijd gemakkelijk te accepteren zijn, want soms wil de patiënt niet meer, maar bijvoorbeeld de partner wel. “Het kan voorkomen dat de zieke persoon dan wordt gepusht er toch nog iets van te maken. Dit is een begrijpelijke reactie, maar niet wat de patiënt in eerste instantie wilde. Ik probeer dan als een mediator op te treden en ga het gesprek aan. Een puzzel die lang niet altijd lukt.”

Cisca in de Hillegondakerk in Rotterdam

God heeft regelmatig een plek in de begeleiding naar het einde toe. Sommigen vinden troost in hun geloof, anderen niet. “Voor mij als vrijzinnige is het lastig als mensen heel vol zijn van God, maar ik vind het misschien nóg lastiger als mensen helemaal geen geloof aanhangen. Oma wordt een sterretje hoor ik dan bijvoorbeeld. ‘Als oma een sterretje wordt, moet ze wel broodjes mee voor onderweg en een ruimtepak’, zei een kleuter een keer. Heel mooi om te zien hoe kinderen hier mee omgaan.” Ze werd zelf op jonge leeftijd met de dood geconfronteerd. Haar vader kwam vroeg te overlijden, daarna volgde haar moeder, broer, schoonouders en meerdere vriendinnen. “Ik weet uit eigen ervaring dat afscheid nemen heel belangrijk is. Al wil dat niet zeggen dat ik dat zelf door mijn werk nu ineens gemakkelijk vind. Verre van zelfs.”

Eilandjes

Rouw gaat volgens de theorie van psychiater Elisabeth Kübler-Ross door verschillende fasen. Van ontkenning naar boosheid, van het gevecht aangaan naar verdriet en tenslotte treedt er aanvaarding op. Volgens Cisca is dit een wat dogmatische benadering. Ze haalt de theorie aan van pastor Marinus van den Berg die in de palliatieve zorg werkt, waarin hij het rouwproces als een zee met eilandjes beschrijft. De eilanden staan voor herinneringen of een emotie waar je als rouwende langs vaart en even bezoekt. “Treffend gevonden wat mij betreft. Rouwen is niet statisch, maar een vloeiend, meanderend proces. En soms is verlies te groot, dan moet het in stukjes worden verwerkt.”

“ALS-patiënten hebben een enorme wilskracht om te overleven en halen alles eruit wat er nog in zit”

Ook het bekende ‘geef het een plekje’ hekelt ze. “In mijn werk als pastor kreeg ik als met een moeder te maken die net haar kindje verloren was. Vreselijk vond ze het dat haar omgeving zei dat ze het een plekje moest geven, want daarmee kreeg ze het gevoel dat ze haar pas verloren kind miskende. En ze heeft hartstikke gelijk. In onze maakbare samenleving moet alles altijd meteen positief zijn, maar iemand verliezen is gewoon verschrikkelijk.” Zelf stopte Cisca het verdriet door het overlijden van haar vader jarenlang weg en raadt haar cliënten aan dit vooral niet te doen. “Het is belangrijk om door het verdriet heen te gaan, want het komt hoe dan ook ooit bij je terug. Alle gevoelens mogen er zijn en ook als je er niet meteen over kunt praten is dat oké. Juist omdat de dood minder taboe is geworden dan pak ‘m beet veertig jaar geleden, lijkt het wel alsof iedereen z’n ziel meteen moet bloot leggen. Maar niet iedereen is daar onmiddellijk aan toe. Soms is het voor iemand die rouwt fijner wanneer je zwijgt en er gewoon voor die persoon bent.”

Fascinerend fenomeen

Cisca werkt inmiddels veertig jaar in de zorg en dertien jaar als geestelijk verzorger, bijna dagelijks krijgt ze met de dood te maken. Toch is ze er juist banger voor geworden. “Ik ben niet per se bang om dood te gaan, maar er zijn er zijn zoveel verschillende en zeker niet allemaal fraaie manieren om te overlijden en ik vind het verschrikkelijk om mijn naasten achter te moeten laten. Maar het zal toch ooit moeten. Het is een ongrijpbaar en fascinerend fenomeen, waar niemand aan ontkomt.” Hoe houdt ze haar leven eigenlijk in balans met een baan die mentaal behoorlijk wat van je vraagt? “De wind moet letterlijk door je hoofd, anders houd je het niet vol. Ik heb het geluk dat ik een fijn gezin en een hele ondersteunende partner heb, daarnaast sport ik veel. Zwemmen, naar de sportschool en lekker veel wandelen om in de natuur weer de stilte in mezelf te vinden, dat heb ik nodig. Ik krijg met behoorlijk wat heftige situaties te maken, zie zoveel lijden, maar je kunt er ook aan wennen, beroepsblind raken. Je moet wat dat betreft laveren tussen loslaten en je gevoeligheid behouden. Want wanneer je niet meer geraakt wordt door dit werk, moet je wat anders gaan doen.”

Bron afbeelding (boven): Erasmus MC

Dit artikel is herplaatst.