Levenskunst met accent op onze innerlijke reis

5 november 2017 in Levenskunst

Een valkuil in religies is vaak dat men niet gericht is op het leven nu, maar op een toekomstige beloning, namelijk het hiernamaals en dat om die te verkrijgen aan zekere eisen moet worden voldaan, meent Hans Feddema. 

Deze eisen zijn bijvoorbeeld dogma’s voor waar houden, een heilig boek letterlijk opvatten en deze zo uit de religieus-verhalende context van vroeger halen. En dat terwijl het bij religieus leven in brede zin, ook bij yoga, veeleer om een pad of een weg gaat. Heet dit niet ook bij het joden- en christendom een weg van verbinding en transformatie, ‘onze innerlijke reis’? Jezus noemde ons immers ‘mensen van de weg’. Maar deze religies zagen zichzelf helaas lange tijd als ‘door God uitverkoren’ of als de enige ware religie. Iets wat vaak tot het ‘alleen wij hebben gelijk’ of oorlog leidde, maar bovendien in onze tijd van globalisering en invloed van Aziatische spiritualiteit niet langer vol te houden is. Daardoor ontstond er in het westen tevens een pluriforme, meer individuele spiritualiteit, een nieuw of ‘flexibel’ type, die vaak twee of meer religies met elkaar verbindt en ook tegenstellingen als orthodox en vrijzinnig overstijgt.

Nieuwe paradigma

De liberale theoloog Marcus Borg verwoordde in zijn boek ‘Het hart van het christendom. Modern geloof en traditie’, twee duidelijk te onderscheiden paradigma’s, namelijk het oude en het nieuwe. Elk met eigen kenmerken. In het oude paradigma wordt de bijbel gezien als 1) een ‘product van God, dus met goddelijk gezag’ en ook als 2) ‘letterlijk-feitelijk’ op te vatten en tevens gezien als 3) de ‘openbaring van leer en moraal’. In het nieuwe paradigma is de bijbel daarentegen 1) een ‘menselijk antwoord op God‘, niet feitelijk, maar als 2) ‘iets uit de geschiedenis’ en als ‘metaforisch uit te leggen’. Tevens is de bijbel dan niet als een soort moraal- of gebodenboek, maar 3) met een ‘metaforische en rituele functie’.

In spiritualiteit gaat het niet zozeer om veroordelen en om waarheid-claims, maar om mystiek, het verbindende tussen religies.

Dat die twee paradigma’s zich elkaar nog wel eens wat vijandig bejegenen, is in mijn perceptie onnodig. Hoe verschillend ze ook zijn qua spiritualiteit en qua Gods- en mensbeeld, waarom zouden de aanhangers ervan elkaars visie niet gewoon respecteren? Zelf kiest Borg als mens van deze tijd onomwonden voor het nieuwe paradigma. Hoezeer hij het oude afwijst als ‘ruis’ of een visioen dat ‘niet langer zeggingskracht heeft’, hij meent dat de geest er toch door gevoed had kunnen worden. Het oude vandaag af te wijzen als één waar je je niet meer in herkent, hoeft volgens hem dus niet te betekenen: ‘het (fel) veroordelen’.

Dat klinkt sympathiek. In spiritualiteit gaat het immers niet zozeer om veroordelen en om waarheid-claims, die beiden nogal eens tot conflict en oorlog leidden, maar om mystiek, het verbindende tussen religies. De ander steeds (ver)oordelen? Vandaag de dag is er meer de attitude de ander in innerlijke kracht proberen te brengen of zoals psychiater Helberg in Zomergasten dit jaar zei: ‘in zijn of haar eigenwaarde versterken’. Van Mandela is de uitspraak: ‘Als ik iemand iets goeds zie doen, geef ik een compliment en als ik hem of haar iets fout zie doen, bied ik m’n hulp aan’. Dat is mijn inziens zeker functioneel met het oog op elkaars innerlijke reis. Ook Frits de Lange wijst in zijn recent uitgekomen boek ‘Innerlijke Onrust’ op geloven als pelgrimeren, waarbij ‘de reis de bestemming’ is. Maar was de perceptie van de innerlijke reis als mens in het christendom eeuwenlang eigenlijk wel optimaal werkzaam?

Innerlijke transformatie 

Hiermee kom ik op m’n centrale thema, namelijk levenskunst en wat daarbij een hoofdaccent dient te zijn. In het oude paradigma was en is dat ‘het hiernamaals en wat men moet geloven en doen om gered te worden’. Maar in het nieuwe is dat volgens Borg ‘transformatie tijdens het leven door de relatie en verbinding met de Bron’. We stuiten hier op een wezenlijk verschil. Een verschil dat tevens een verklarende factor lijkt voor de grote opkomst van de nieuwe spiritualiteit als impuls tot vernieuwing. Spiritualiteit raakt de kern van ons bestaan. Ze is gericht op verbinding met het goddelijke en op het beleven en toepassen van die relatie. Met als vier vruchten: innerlijke transformatie, zelfacceptatie, heel-wording en bewustzijnsverruiming, zoals ik dat verwoordde in m’n boek: ‘Keizer Zonder Kleren, Ken jeZelf, God als Kracht en het Dogma Voorbij’, (2016, Aspekt).

Waarom zou je aan jezelf werken als het ‘bloed van Jezus’ de oplossing is?

Die vier vruchten lijken mooi, maar zijn die wel echt nodig op ons levenspad? Een begrijpelijke vraag, omdat we al vrij gauw na de geboorte vergeten waar we vandaan komen als ziel en wat onze missie is op onze reis. De kerk leerde ons eeuwenlang dat we om in de hemel te komen in ‘verlossing’ moesten geloven door het ‘reinigende bloed’ van Jezus aan het kruis. Het maakte mede dat in het christendom onze innerlijke reis in het leven een stiefkind werd. En dus ook het werken aan innerlijke transformatie, zelfacceptatie, (zelf)heling, compassie en bewustzijnsverruiming. Waarom zou je in die zin aan jezelf werken, als het ‘bloed van Jezus’ de oplossing is?

Dat ‘Jezus alles had volbracht’, was in calvinistische kringen vaak een argument, zo herinner ik me uit m’n jeugd, tegen het katholieke leerstuk van het ‘doen van goede werken’. Toch lag de focus oorspronkelijk in de meeste religies op onze innerlijke reis. In wezen ook Jezus, die behalve over ‘het koninkrijk van het goddelijke in ons’ sprak over wedergeboorte. En ook Paulus, die het had over de vruchten van de geest. Uit het jodendom komt het begrip van een nieuw hart en uit de islam overgave aan God, terwijl het in het boeddhistische pad gaat om loslaten, dus een sterven aan een oude zijnswijze en zo tot een nieuwe vorm van zijn herboren te worden. In het taoïsme hanteert men daarvoor het woord ontledigen, ermee bedoelend: sterven aan het oude, als je herboren wilt worden. ‘Sterven en opstaan’ is trouwens ook iets wat we in het christendom kennen, evenals het woord heiliging. Toch gaat dit mijn inziens over het wezenlijke accent van spiritualiteit, namelijk de weg van innerlijke transformatie. Iets wat bij veel mensen, zowel binnen als buiten de kerk, op weerstand stuit. Net zoals Nicodemus niet meteen ‘halleluja’ zei, toen Jezus hem de noodzaak van wedergeboorte voorhield. Het is daarom goed er nog wat nader bij stil te staan.

Vervreemding

Aan het mysterie van de incarnatie van de ziel in een samensmelting van een spermazaadje en een eitje in een baarmoeder ga ik voorbij. Het kind dat via die incarnatie en zeker na de geboorte ontstaat, krijgt al gauw een zeker zelfbesef. Hij voelt honger of wil dat een natte luier vervangen wordt. Naast het gevoel een wil te hebben, ontdekt het ook dat er anderen zijn met een wil en dat het naast, in of tegenover een soort ‘Umwelt’ leeft, waar je verbinding mee kunt hebben, maar waarvan je je ook afgescheiden kunt voelen. Die ‘Umwelt’ bestaat, zoals Paulus het ooit noemde, uit ‘twee werelden, een materiële en een geestelijke’. Een kind kan soms vanuit innerlijk weten of het onbewuste iets zien en zeggen wat verrast en als wijs overkomt. Maar de herkomst van de ziel vanuit de geestelijke wereld vervaagt niettemin vrij snel, omdat het kind (over)levend al gauw vooral zichzelf wil worden in de nieuwe aardse dualiteitssituatie, niet in de laatste plaats via het contact met degenen om haar heen. Dualiteit? Ja het kind wordt zich al opgroeiende ook bewust van de tegenstellingen – goed en kwaad, licht en donker – in het aardse en hoe daarmee om te gaan. Hoe dan ook, het kind met zijn groeiend zelfbewustzijn vergeet meestal waar het vandaan komt, ontwikkelt een gevoel van afgescheiden zijn en vlucht daardoor nogal eens in verslavingen en depressie. Ook al is dat ‘zich afgescheiden voelen‘ de verklaring van veel eenzaamheid bij de moderne mens, toch is het doen groeien van zelfbewustzijn zonder te veel zelfafwijzing op zich van belang om zich tot volwassen menselijke wezens te kunnen ontwikkelen. Mensen zonder ik-bewustzijn voelen zich immers vaak slachtoffer of in elk geval een speelbal in het leven. Anderzijds ligt hier ook de grote valkuil dat men zich een balling gaat voelen in het leven, want geheel los van de onzichtbare geestelijke wereld.

Wanneer de vervreemding toeslaat, heeft men helemaal geen contact meer met het innerlijke goddelijke Zelf

Zoiets wordt dan vervolgens onderdrukt door activisme in beroep, familie- en politiek-maatschappelijk leven, dus in ons ‘uiterlijke leven’, waarbij behalve er goed uit te zien, scholing, bezit en prestaties vaak hoog scoren. Maar het gevolg daarvan is, dat de vervreemding vaak nog meer toeslaat, met andere woorden men helemaal geen contact heeft met ons innerlijke (goddelijke) Zelf. En meer gaat kiezen voor lagere emoties en waarden als egocentrisme, overbezorgd zijn, angst, anderen (sterk) veroordelen, soms zelfs in anderen kwaadaardig en gewelddadig onderdrukken. Een ik-gerichtheid die dan vaak nog wordt versterkt door de in de jeugd verdrongen schaduwen. Carl Jung, wiens grote ontdekkingen door theologen nog veel te weinig worden benut in hun overwegingen, gaf die schaduwen veel aandacht, er op wijzend, dat erkenning daarvan al heling is. Ouders en andere opvoeders, niet altijd opererend als ‘heiligen’, kunnen soms authentieke verlangens van kinderen onderdrukken, waardoor de laatsten uit ‘onderdanigheid’ of om te ‘pleasen’ ze maar verdringen. Iets wat je verdringt, schijnt een ‘schaduw’ te worden, wat naast het vele oordelen over anderen een zondebok-mechanisme tot gevolg heeft, dus dat men de eigen schaduw (onbewust) nogal eens projecteert. Werken aan het helen van schaduwen, lijkt hoe dan ook van groot belang.

In dat licht is de in de meeste religies voorkomende oproep tot hergeboorte te zien, ook wel ‘tweede geboorte’, zoals in de Yoga wordt verwoord. En tevens dat er sprake is van een innerlijke reis, omdat de ziel wil leren in en van het aardse leven, daarin innerlijk groeien. Herboren worden, die in wezen een vertolking is van de oorspronkelijke betekenis van het woord religare, wat ‘terug verbinden met God’ of ‘met de geestelijke wereld’ betekent. Iets waar de religies voor lijken te zijn opgericht. Ook al hadden inheemse volken als de Indianen al veel langer door, dat we naast het opgaan in het aardse we ons tevens moeten/kunnen (terug) verbinden met de geestelijke wereld. De Bosjesmannen in Botswana, waar ik vrij veel antropologisch onderzoek deed, spraken van ‘de grote’ en ‘de kleine honger’, met de eerste bedoelend ‘honger naar zingeving en naar verbinding met het Hogere’.

Verschuiving van waarden

Wedergeboren worden is trouwens niet iets, wat het ego doet, maar wat gebeurt via de ziel, een vitaal sturend beginsel en kracht, zoals Aristoteles het formuleerde. Plato zag al dat de ziel een reis maakt. Vandaag spreken we ook wel over bewustzijn of over het hogere Zelf in ons. Het gaat er allereerst om de ziel te ontdekken in zichzelf, dus te ‘ontwaken tot ons ‘ware Zelf’. Soms ook na een lange zoektocht elders of via het afbreken van de muren, die we er om heen optrokken. Een afbreken waarin de geestelijke wereld ons subtiel helpt: we staan er niet alleen voor. Dit laatste ook bij het helen van onze schaduwen en het werken aan onze lagere emoties, zonder ze te verketteren, iets wat transformeren heet of werken aan zelf. Die weg naar binnen met een pelgrimstocht naar Santiago de Campostella of Ithaka gepaard doen gaan, – het ging daar trouwens niet om de bestemming maar om het onderweg zijn – of met bezoek(en) aan een klooster of een ashram, wat ik beide wel deed/doe, is op zich niet perse nodig. Het ontwaken tot je wezenlijke Zelf, tot wie je werkelijk bent, kan gewoon op een stille plek in je huis of elders, al of niet met een brandende kaars. Dit ontsluieren of ontdekken van je innerlijke Zelf heet wel verbinding of verbonden zijn. Een verbonden zijn niet alleen op verheven momenten, maar ook in het gewone leven, bij wijze van spreken bij de afwas. Gewoon blij zijn en liefde uitstralen, zonder zich afgescheiden en vervreemd te voelen. Naast psychoanalyse lijkt daarbij hoe ook zelfontwikkeling, zoals ook bij de joodse kabbala centraal staat, een ‘must’. Voorts zijn soefi technieken voor het beleven van het transcendente en niet in de laatste plaats meditatie, yoga, en inzicht in onze chakra’s daarbij belangrijke middelen. Dit met name voor 1) ons emotionele en 2) ons spirituele bestaansniveau. Zij het ook indirect wel voor 3) ons fysieke en 4) mentale bestaansniveau, omdat deze vier te onderscheiden zijn maar ook een eenheid vormen en/of op elkaar inwerken.

Als mensen samen mediteren, dan heeft dat uitstraling naar anderen.

In onze cultuur was vooral het emotionele bestaansniveau lang stiefkind, ook op de scholen, waardoor velen niet weten hoe met anderen en met zichzelf om te gaan. Gevolg is dat het niet ‘met elkaar door een deur kunnen’ in bijvoorbeeld het bedrijfsleven, scholen en kerken, veel voorkomt. Naast het emotionele bestaansniveau, dat recent gelukkig wel iets meer aandacht krijgt, was ook het spirituele bestaansniveau lang stiefkind. Helaas ook in de kerk, reden dat deze zich thans in een identiteitscrisis bevindt. Een kerk die te weinig stil staat bij deze impasse, elke hervorming afwijst, ja ook in haar functioneren geen of weinig aandacht besteedt aan de innerlijke reis van de mens, dit niet (weer) tot haar hoofdaccent maakt, zal in de huidige tijd niet lang nog kunnen overleven. Dit te meer omdat er  veel cursussen buiten de kerk zijn, inclusief de psychoanalyse, waar indirect de spiritualiteit gestalte krijgt, althans via de nodige oefeningen daarin. Vooral op de leeftijd na vijftig zien we hiervan al de vruchten. Een recent onderzoek in de VS constateert zo bij manlijke en vrouwelijke 50-plussers een verschuiving van waarden, minder op uiterlijkheid en het ik en meer op compassie en spiritualiteit gericht. Er is zelfs de film Verschuiving over gemaakt. Maar waarom zou de kerk daar anno 2017 naast of in de gewone diensten hier ook niet (wat) meer aandacht aan kunnen geven, al of niet via op ons innerlijk gerichte  creatieve wegen en methoden. Zoals onder andere via de thans in de samenleving populaire yoga – er zijn nu let wel meer yoga-groepen in New York dan in heel India – , geleide meditatie, al of niet in het kader van de in nu bijna duizend huiskamers plaats vindende ‘stadsverlichting’ (Tijn Touber),  mindfullness of chakra-cursussen? Als mensen samen mediteren of yoga doen, dan heeft dat uitstraling naar anderen. Het genoemde doorbrekende nieuwe religieuze paradigma zal er wel bij varen, indien ze de verhalen van Jezus (‘het Koninkrijk van God zit in jullie’), Parcival, Odysseus en andere ‘helden’, de innerlijke reis expliciet een plaats geeft in haar religiositeit.


 Dr. Hans Feddema is antropoloog, voorheen universitair docent ad VU, historicus en publicist.


Bron afbeelding: Ashley Batz via Unsplash

Retraite: Leer van de natuur

24 november 2017 - 26 november 2017 De Hezenberg Hattem

Ben je op zoek naar bezinning, inspiratie en verdieping? Wil...

Lees verder

Cursus: Geloven onderweg door Theo Wierema

19:30 11 december 2017 Christus Triumfatorkerk

‘Geloven onderweg’ is letterlijk meebewegen in het veranderend landschap dat...

Lees verder

Lezing: Meister Eckhart door Marcel Braekers

14:00 2 december 2017 Christus Triumfatorkerk

Mystiek en gebed gaan ook over het dagelijkse leven, de...

Lees verder

Lezing: Wetenschap en God door Carlo Beenakker

20:00 29 november 2017 Duinzichtkerk

De relatie tussen de wetenschap en God  is sinds de...

Lees verder