Ongrijpbaar als het leven

24 november 2017 in Filosofie

“Wat is toch dat verschijnsel dat we “traditie” noemen ten diepste? Traditie, zou ik willen zeggen, is dat wat hetzelfde blijft door de verandering.” Chris Doude van Troostwijk over de traditie van de vrijzinnige bevindelijkheid.

Ze, de vrijzinnigen, zeggen over de vrijzinnigen graag dat ze, de vrijzinnigen dus, niet traditioneel zijn. Nu zeggen “ze” wel meer en het hangt er maar van af wat je onder “traditioneel” verstaat. Denk je “traditioneel” over het begrip “traditioneel”, dan betekent traditioneel zoiets als ouderwets, oubollig, conservatief, onveranderlijk. Nou willen de meesten vrijzinnigen zich liever niet met dit begrip geassocieerd zien. Ze zien zichzelf liever als progressief, open, creatief. Ja, er zijn er zelfs die zo verkrampt vasthouden aan hun niet-traditioneel zijn, dat hun verkramping zelf iets traditioneels krijgt. Zo kan het je gebeuren, mocht je het geluk hebben ooit nog ’s eens een echte vrijzinnige tegen te komen – de kans wordt steeds kleiner, want hun aantal slinkt –, dat je dan versteld staat van zijn of haar conservatieve verkramping. Ach, zelfs de gedachte dat er geen vastliggende doctrine bestaat, kan de proporties van een doctrine aannemen.

“Spiegelidentiteit, een identiteit die iemand zich verleent door zich af te zetten van een ander”

Maar ik wilde het eigenlijk helemaal niet hebben over dit type “traditionele vrijzinnigen”. Ik wilde het helemaal niet hebben over het gevaar van de spiegelidentiteit. Dat is een identiteit die iemand zich verleent door zich af te zetten van een ander. Dan word je weliswaar anders dan de ander, maar slechts in negatieve zin. Als de ander links is, ben jij rechts; als de ander politiek correct is, ben jij politiek incorrect; als de ander conservatief is, ben jij progressief; als de ander orthodox is, ben jij vrijzinnig. Spiegelidentiteit zijn afgeleide identiteiten. Daar zit geen leven in. Geen authenticiteit.

Ik wilde het eigenlijk hebben over de “vrijzinnig traditionelen”. Dat zijn namelijk best grappige wezens. Ze vatten “traditioneel” heel anders op dan gewoonlijk. Traditioneel zijn betekent voor hen: staan in een reeks van overleveringen. We zijn allemaal overgeleverd aan tradities. Wie zou dat willen ontkennen?

Taal is al zo’n traditie waarvan niemand zich kan losmaken. Nationaliteit, religie, mono-, multi-, transculturele preferenties, beroepscodes, hoffelijkheidstijlen, familiegewoontes zijn tradities in de zin dat ze je zijn overgeleverd vanuit een oud of een recent verleden. Je staat erin, en de vraag is hoe je je ertoe verhoudt. Ben je bereid je de overleveringen waaraan je toebehoort ook bewust toe te eigenen (herhaal-identiteit)? Of zet je je ertegen af (spiegel-identiteit)? Of, derde optie, schakel je liever door naar een andere overlevering, zoals iemand die van religie verandert (geleende identiteit)? Of, tenslotte optie, buig je je het liefst over de vele lacunes, contradicties, beloftes en mogelijkheden die met elke traditie onvermijdelijk worden mee-overgeleverd?

“Het vrijzinnige houdt van het onaffe, omdat wat onaf is en niet-kloppend, tegelijk ook de onverwachte mogelijkheid belooft, de vrijheid en de verrassing.”

Kijk, die laatste optie, dat is de optie van de “vrijzinnige traditioneel”. En het identiteitstype dat erbij hoort, zou je dat van de uitgestelde identiteit kunnen noemen. Beter wetende orthodoxen, minder wetende realisten, en anders wetende humanisten verwijten soms aan de vrijzinnigen hun gebrek aan ruggengraat: waar staan jullie nu eigenlijk? Inderdaad, de inmiddels eeuwenoude geschiedenis door vragen vrijzinnigen zichzelf wat vrijzinnigheid nou toch eigenlijk is. En ze komen er maar niet uit. Nog steeds niet. En ook in de toekomst niet. Dat zou al de anders-, on-, en betweters aan het denken moeten zetten. De vrijzinnige identiteit is altijd maar weer in de maak. Waarom? Precies omdat vrijzinnigheid is als het zuurdesem in het beslag van de vele tradities waar de mens aan toebehoort.

Het vrijzinnige kruipt in de naden en de kieren. Het houdt van het onaffe, omdat wat onaf is en niet-kloppend, tegelijk ook de onverwachte mogelijkheid belooft, de vrijheid en de verrassing. Het vrijzinnige is de kunst van het tussen-zijn. Daar waar vaststaande “traditionele” wereldbeelden en verwachtingen op elkaar botsen, waar overtuiging A en overtuiging B zich elk vastklampen aan het drijvend wrakhout van het eigen zo-zijn en o-zo-waar-zijn, daar voelt het vrijzinnige zich thuis. Vrijzinnige betekenis, in de oerbetekenis van het woord, ge-inter-esseerd zijn. Letterlijk: je tussen het zijnde bevinden.

Vrijzinnigheid is zodoende “bevindelijkheid” – een prachtig, helaas wat versleten geraakt woord voor piëteit –, ik bedoel: vrijzinnigheid is de bevindelijkheid van het nog-niet en toch-al-een-beetje, van de interesse en de openheid voor het onmogelijk geachte.

Wat is toch dat verschijnsel dat we “traditie” noemen ten diepste? Traditie, zou ik willen zeggen, dat wat hetzelfde blijft door de verandering. Zowel in de zin van door de verandering heen, als in de zin van dankzij de verandering. Je bent een traditionalist, wanneer je pretendeert het verleden als een blok graniet te kunnen overhevelen aan de toekomst. Je bent een traditionalist, als je de toekomst op voorhand zo nauwgezet samenvouwt dat ze precies past in het model dat jij en je voorgangers van het verleden gemaakt hebben. Vrijzinnigen zijn geen traditionalisten. Althans, enkele uitzonderingen daargelaten. Vrijzinnigen zijn traditionelen. Ze houden van de traditie, van het schuren en stoten, van de breuklijnen en de verzuchtingen, van wat niet-klopt en juist daardoor aanklopt bij de verbeelding. De liefde moeten ze bekopen met een gebrek aan identiteit. Het zij zo. Liever een uitgestelde identiteit, dan van de geboorte af te moeten leven onder een dodenmasker.

Alles hangt er maar vanaf hoe je “traditie” ziet: als een onwrikbare vorm waarbinnen een van oorsprong levende inhoud gestold is, of als een oorspronkelijke inhoud, waaraan keer op keer opnieuw vorm gegeven moet en kan worden? Veiligheid van het onvergankelijke of vreugde bij de vergankelijkheid? Vrijzinnigheid is een bevindelijkheid van het leven. Levende identiteit is per definitie “uitgestelde identiteit”. Want leven is dat wat hetzelfde blijft door de verandering.

Chris Doude van Troostwijk bezet de Wisselleerstoel voor vrijzinnige theologie, die is ingesteld door het Doopsgezind Seminarium aan de Theologische Faculteit van de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Foto: Marinela Prodan @Freeimages.com

De Maaltijd – Iris Speckmann

17:30 8 februari 2019 Vrijzinnig Leerhuis - Elspeet

Voedsel wordt ook wel de nieuwe religie genoemd: we leven...

Lees verder

Church as field hospital; crisis and renewal of faith – Tomáš Halík

20:00 4 maart 2019 Christus Triumfatorkerk - Den Haag

Tomáš Halík liet zich tijdens het communistische bewind in voormalige...

Lees verder