De mens als ‘mind of the universe’

10 december 2017 in Filosofie

‘De geschiedenis is eigenlijk een proces waarin de wereldgeest langzaam wakker wordt en zich bewust wordt van zichzelf.’ Een citaat over de Duitse filosoof Hegel uit de bestseller ‘De Wereld van Sofie’. Een gesprek met Karl van Klaveren (filosofiekring Zoetermeer) over deze invloedrijke denker uit de 19e eeuw.

“Het is belangrijk om de genetica van onze cultuur te leren kennen. Dan ontdek je dat we allemaal iets in ons hebben van Freud en Darwin, Luther en Calvijn. Ook Hegel zit in ons. Het is een filosoof die heel belangrijk is geweest voor onze cultuur. Hegel zette het denken over de waarheid met beide benen op de grond. Waarheid is volgens hem niet statisch, maar dynamisch. Niet abstract, maar concreet en historisch.

Dat de waarheid onbereikbaar is, wist men al in Hegels tijd. Zijn voorloper Kant had aangetoond dat onze blik op de werkelijkheid beperkt wordt door de ‘brillenglazen’ van tijd en ruimte. Hegel voegde daaraan toe, en dat is een heel belangrijke bijdrage, dat waarheid niet alleen subjectief is, maar ook objectief wordt in geschiedenis en cultuur. Zo stollen normen en waarden in wetgeving, waaraan iedereen zich dient te houden. Die objectieve waarheid ligt echter nooit vast. Voor Hegel is de historische ontwikkeling van de waarheid wezenlijk.

We hebben toch steeds weer de neiging om onze waarheid te zien als absoluut

Mensen zijn geneigd om hun denkbeelden of de denkbeelden van hun cultuur te zien als de waarheid. Maar waarheid is altijd historisch. We weten dat wel, maar hebben toch steeds weer de neiging om onze waarheid te zien als absoluut. Ook Hegel trapte in die val. Hij dacht dat de wereldgeest zich in zijn werk geheel bewust was geworden van zichzelf. Ook Michelangelo had zijn kunst beschouwd als het absolute hoogtepunt van de kunst. Maar hoe mooi ‘onze’ objectivering ook is, de cultuur (Hegel zou zeggen: de wereldgeest) gaat altijd verder. Neem de ‘Zwarte Piet’-discussie. In de vorm waarin we hem nu kennen is deze figuur bedacht rond 1850 door een schoolmeester. Oorspronkelijk was hij echter een personificatie van het duistere in de mens. Hij werd afgebeeld als een (zwarte) duivel. Dat vond men in de 19e eeuw niet langer pedagogisch verantwoord. Die schoolmeester verving de demon door een zwarte knecht (het was de tijd van het kolonialisme), al bleef ook deze ‘zwarte piet’ een figuur die kinderen meenam als ze kwaad hadden gedaan.

Zelfstandig denken is een illusie

“Het Westen ziet zichzelf als cultuur van de Verlichting. Maar dat is een heel eenzijdige visie. Want de moderne cultuur is net zozeer gevormd door haar tegendeel: de Romantiek. De moderne mens loopt op twee benen. De Romantiek dacht vanuit de intuïtie en het gevoel en had een scherp oog voor het collectieve, terwijl de Verlichting de wereld bekeek vanuit het verstand en de menselijke waardigheid. Hegel probeerde die tegenstelling in onze cultuur te verzoenen. Mensen verbeelden zich dat ze zelfstandig denken. Dat is zo, maar we zijn ook het product van de tijd waarin we leven. Elk mens staat in een wereld van relaties. Zonder dat netwerk is individualiteit ondenkbaar.

Hegel verwerkte in zijn filosofie ook het lineair denken van de abrahamitische religies. Jodendom, christendom en islam zijn op de geschiedenis gericht. Andere godsdiensten en culturen gingen uit van de natuur en de eeuwige kringloop. Dat schept een ander soort samenleving. Het is niet toevallig dat juist Indiërs zoals Aurobindo en Gandhi in opstand kwamen tegen de Britse overheersing. Ze waren gevormd in het Westen. Hun revolutionaire mentaliteit wortelde in historisch denken, dat de status quo niet als de waarheid ziet.

De gedachte dat de wereld zich door crises heen ontwikkelt

De waarheid was volgens Hegel altijd in ontwikkeling. In feite is zijn filosofie een weerslag van het vooruitgangsgeloof van de 19e eeuw, dat je ook terugvindt in Darwins evolutietheorie. Na de Eerste en Tweede Wereldoorlog viel dit wereldbeeld in duigen. Europa begon pessimistisch te denken over de ontwikkeling van haar beschaving. Het doemdenken kwam op. Dat is trouwens ook een bijbelse gedachte zoals blijkt uit aan de apocalytiek, al bevat die ook een optimistische kern, namelijk de gedachte dat de wereld zich door crises heen ontwikkelt. Dat is ook een typisch hegeliaanse gedachte. Voor Hegel is ontwikkeling altijd dialectisch: geen lineaire vooruitgang, maar een proces dat hink-stap-sprong verloopt.

Tegenslagen en crises dwingen de mens tot het vinden van oplossingen, zo wist Hegel. Vervreemding leidt tot bevrijding. Door de Tsjernobyl-ramp kreeg de milieubeweging de wind in de zeilen. Het antisemitisme, dat altijd aanwezig was in Europa, werd door de Holocaust politiek incorrect. Je ziet die paradoxale ontwikkeling ook bij Trump: juist door zijn aanwezigheid bloeit het verzet op. De geschiedenis gaat haar ongekende gang. In de ecologische crisis geeft ze de mens op zijn donder. Niet God, maar de wereldgeest straft ons. Uiteindelijk keert de wal het schip. De tegenstellingen roepen elkaar op en scheppen samen iets nieuws. Hegel noemt dat synthese. Op den duur wordt de synthese weer status quo en veroorzaakt dan opnieuw vervreemding. Zo evolueert de beschaving.

Bewustzijn wordt zich van zichzelf bewust

“Ten diepste gaat het bij Hegel niet om de mens, maar om het bewustzijn (‘de geest’). Dat bewustzijn is geleidelijk ontstaan. Het ontwikkelde zich vanuit de natuur en wordt zich in de mens van zichzelf bewust. Als hogere diersoort maken wij deel uit van dit bewustzijn. Als denkend deel van het universum (‘mind of the universe’) zijn we in staat om op onszelf te reflecteren en kunnen daardoor de wereld veranderen. We noemen dat cultuur. Cultuur vervolmaakt de natuur. Cultuur en natuur zijn één volgens Hegel. Ze maken deel uit van eenzelfde evolutionair proces.

Belangrijk is ook dat het bij Hegel niet gaat om de mens, maar om de mensheid. Het bewustzijn (‘de wereldgeest’) streeft naar vrijheid, maar de individuele mens is slechts een instrument in dat proces. Dat blijkt bij Karl Marx, de vader van het communisme. Hij was een leerling van Hegel. De individualiteit komt onder druk te staan in totalitaire systemen. Mensen worden een rad in de machine van de Geest. Daarmee komt de menselijke waardigheid in het geding en worden individuen ‘mest op de akker van de geschiedenis’. De grootste criticus van Hegel was Kierkegaard. Hij heeft als geen ander gewezen op dat gevaar. De volgende keer is hij aan de beurt in deze filosofische leeskring.

Geen eeuwige waarheid

Een citaat uit ‘De Wereld van Sofie’: ‘Alle filosofische systemen vóór Hegel hadden gemeen dat men probeerde om eeuwige criteria vast te stellen (…) Hegel geloofde niet dat dat mogelijk was. Hij dacht dat de basis voor menselijke kennis van generatie tot generatie verschilde. Daarom zijn er geen eeuwige waarheden. Er bestaat geen tijdloze rede. Het enige vaste punt wat de filosoof houvast biedt is de geschiedenis zelf.’

Over de filosofische leeskring

In bijeenkomsten van anderhalf uur bespreken we filosofie op laagdrempelige wijze, zonder dat het gesprek aan diepgang verliest. Lees een hoofdstuk uit ‘De Wereld van Sofie’ en denk mee over wat deze filosoof betekent voor het leven vandaag en voor jou persoonlijk.

Levenseinde – Bert Keizer

10.30 - 12.00 20 januari 2019 De Sprang - Velp

In deze lezing gaat filosoof Bert Keizer in op de...

Lees verder

Wat kan Afrikaanse filosofie voor het westen betekenen – Renate Schepen

15:00 - 17:00 20 januari 2019 The College Hotel - Amsterdam

Aan de hand van het werk van Nigeriaanse en Zuid-Afrikaanse...

Lees verder

Grote denkers van de 20e eeuw – Heidegger en zijn kring

15:00 21 januari 2019 Adventskerk - Zoetermeer

Cursus en leeskring over de grote filosofische denkers van de...

Lees verder

Indiase filosofie: traditie en vernieuwing als eeuwige weg

19:00 - 20:45 24 januari 2019 Radboud Universiteit - Nijmegen

Het Morgenland. Zo werd India vanaf de negentiende eeuw in...

Lees verder