Boekfragment: Hopeloos hoopvol van John D. Caputo

17 oktober 2017 in Filosofie

In Hopeloos hoopvol – belijdenissen van een postmoderne pelgrim beschrijft godsdienstfilosoof John D. Caputo (1940) zijn spirituele reis. Van het katholieke jongetje in de jaren vijftig dat graag naar de sterren staarde tot de postmoderne filosoof die ondanks alles blijft hopen op het koninkrijk van God. 

Een religie zonder religie, Caputo is er al jaren naar op zoek, maar niet eerder beschreef hij dit zo persoonlijk en doorleefd als in Hopeloos hoopvol. Eind oktober is hij in Nederland, waar hij op 27 oktober tijdens een lezing de Nederlandse vertaling van zijn boek zal presenteren. Hieronder alvast een fragment. 


Nihilisme en de glimlach op het gezicht van de materie

Jackie en ik

Als kind – ze noemden me Jackie, een naam waar een verhaal achter zit – keek ik ’s nachts vaak naar de onmetelijke sterrenhemel en dacht stilletjes: niemand weet dat wij hier zijn. Dit vermoeden was een goed bewaard geheim tussen Jackie en mij – en de sterren natuurlijk. Zoals mij was opgedragen had ik de Baltimore Catechismus uit mijn hoofd geleerd en wist ik net zo goed als ieder ander wat erin stond, maar dat kon mijn nieuwsgierigheid niet de kop indrukken. Ergens in mijn achterhoofd vroeg ik me nog steeds af of er daar ergens iemand was, God of wie dan ook, of dat er alleen maar sterren waren. Het was een gedachte van voorbijgaande aard, een die ik nooit aan de nonnen zou voorleggen. Ze zouden me vermoord hebben of, erger nog, me hebben aangegeven bij de pastoor, een indrukwekkende priester die mij onmiddellijk van school gestuurd zou hebben. Dan had ik naar de ‘public school’ gemoeten, waar alle protestante kinderen zaten, van wie ik vrij zeker wist dat ze naar de hel zouden gaan omdat het ketters waren.

Ergens in mijn achterhoofd vroeg ik me nog steeds af of er daar ergens iemand was, God of wie dan ook, of dat er alleen maar sterren waren.

Onze parochie was onze wereld. Het was alsof ik was geboren in een klein Europees dorpje, met de kerk als centraal punt van de dorpsgemeenschap. Dat bleef zo toen ik naar de middelbare school ging, mijn wereld groter werd en ik voor het eerst kinderen uit andere parochies tegenkwam. Tot op de dag van vandaag identificeren de kale en gezette versies van onszelf, die alleen nog herkenbaar zijn op foto’s van vijftig jaar geleden, zich op reünies met de parochie waar ze oorspronkelijk vandaan komen. Het was het dus allemaal niet waard. Ik was niet van plan een toevallige gedachte, een fantasietje dat aan mijn brein ontsproten was op zomeravonden waarop ik op mijn rug naar de sterren had liggen kijken, het snue ongeloof dat ik had aangaande het verhaal dat iedereen mij vertelde – de nonnen, de priesters, mijn ouders, iedereen die ik kende – onder woorden te brengen. Zelf deed ik het af als een loze gedachte. Dat hele immense uitspansel toonde Gods almacht aan in tijd en ruimte. Het was een manifestatie van God als alleskunner waarmee hij volgens de catechismus zo beroemd was geworden. Trouwens, waar zouden die sterren anders vandaan moeten komen?

Na de middelbare school koos ik voor het ‘religieuze leven’ (de katholieke term voor het intreden in een kloosterorde) en werd ik ‘broeder Paul’ genoemd. Ik herinner me nog een preek van een retraitemeester toen ik novice was. Over miljoenen en miljoenen jaren, zo galmde zijn stem door ons kleine kapelletje, zullen jullie er nog steeds zijn – daarmee doelde hij voornamelijk op onze onsterfelijke zielen natuurlijk – en alles hangt af van hoe jullie dit flintertje tijd, een jaartje of zeventig, benutten (Sindsdien zijn we er hier op aarde wel wat op vooruit gegaan, als je tenminste welvarend bent, we zitten inmiddels alweer dicht bij de tachtig). Jackie, broeder Paul en ik – of iets of iemand die ik met steeds minder overtuiging ‘ik’ noem – hingen aan zijn lippen en mijn hart liep over van geloofsijver. Ik ging naar de novicenmeester en vroeg hem of ik één uitzondering mocht maken als ik na mijn noviciaat de gelofte van armoede zou afleggen. Ik wilde graag een exemplaar van het boek van de retraitemeester in bezit hebben, omdat ik ervan overtuigd was dat het mij zou helpen bij mijn roeping en mijn eeuwige zielenheil veilig zou stellen. Voor beide zaken had ik alle hulp nodig die ik maar kon krijgen. Als we in de kloosterorde intraden en ons leven aan God gingen wijden zouden we ‘de wereld verlaten’ zo had men ons voorgehouden. Maar de wereld verlaten betekende niet dat ik de sterren niet meer zou zien die nog elke nacht tevoorschijn kwamen en mij in mijn afgelegen novicenhuis wisten te vinden. En mét die sterren stroomden de gedachtenflarden, Jackies herinneringen aan de sterren en zijn vermoeden van een kosmische leegte, weer door zijn achterhoofd. Ik durfde dit uiteraard met de retraitemeester noch met de novicenmeester te delen, en ik probeerde het ook niet te vaak aan broeder Paul voor te leggen.

En mét die sterren stroomden de gedachtenflarden, Jackies herinneringen aan de sterren en zijn vermoeden van een kosmische leegte, weer door zijn achterhoofd.

Sinds die tijd houdt die gedachte me altijd bezig. Vanaf mijn tijd als misdienaar in de katholieke kerk van voor het Tweede Vaticaans Concilie; een kerk die in de veertig jaar daarna ingrijpender zou veranderen dan ze in de vierhonderd jaar daarvoor had gedaan. Als een spook achtervolgde hij broeder Paul en later ging hij met me mee in mijn werkzame leven, toen ik ‘professor’ werd genoemd en Jackie zich veilig kon verstoppen achter ‘John D’. Hoogleraren filosofie, zo ontdekte ik tot mijn grote vreugde, werden zelfs betaald om over de sterren na te denken, dat deden ze ex professo als het ware (Om mezelf niet te veel te diskwalificeren heb ik de decaan met wie ik over mijn eerste contract onderhandelde maar niet verteld dat ik het ook wel voor niks wilde doen!).

Het – die gedachte, dat griezelige gevoel omgeven te zijn door een of andere anonimiteit – is altijd bij me gebleven. Tot op de dag van vandaag, die ze ‘de oude dag’ noemen en waar ze misschien ook wel gelijk in hebben. Bankmedewerkers en supermarktcassières noemen me, in een poging me op te beuren, ‘jongeman’, hetgeen des te schrijnender aantoont dat ik inderdaad op leeftijd ben. Ze zijn vriendelijk en ze bedoelen het goed, maar hun neerbuigende ironie snijdt, elke keer als ik het hoor, diep in mijn huid. Zij vanbuiten kunnen niet weten dat er hier vanbinnen helemaal niet zo veel is veran- derd. Hier binnen zit nog steeds een klein jongetje dat naar de sterren kijkt, al is het nu dankzij de moderne technologie ook mogelijk geworden om vanuit de ruimte naar die kleine blauwige bal te kijken die we aarde noemen. Jackie, broeder Paul, de professor en nog een paar andere kerels die ik nu niet allemaal aan u ga voorstellen, zijn altijd goede vrienden gebleven en trouwe metgezellen; ze zijn blij dat ze elkaar hebben gekend. Vooral Jackie komt iedere nacht bij me langs, net voordat ik in slaap val, of als ik midden in de nacht wakker word, en dan kan ik hem niet het zwijgen opleggen. Ik kan niet boos op hem worden, hij is nog maar zo klein – iets banger en nieuwsgieriger dan goed voor hem is – en hij realiseert zich ook niet dat ik mijn slaap tegenwoordig hard nodig heb.


Op vrijdag 27 oktober spreekt godsdienstfilosoof John D. Caputo aan de Vrije Universiteit in Amsterdam over radicale theologie met als titel van zijn lezing The exisistance of God on the very idea of radical theology. Tijdens dit symposium zal hij ook worden geïnterviewd en zal de Nederlandse vertaling van zijn boek, dat 20 oktober in de winkels te koop zal zijn, worden gepresenteerd.

Heilige onrust – Frits de Lange

19:30 26 March 2019 Het Gebouw - Delfzijl

Oude geloofszekerheden verdampen; veel mensen kunnen weinig meer met de...

Lees verder

Open Soefi Avond

20:00 - 22:00 22 May 2019 De Woudkapel - Bilthoven

Maak kennis met het soefisme, die zijn inspiratie vindt in...

Lees verder

Rock en religie – Jelmer Koornstra

16:30 6 April 2019 Stadskerk De Bleek - Almelo

Jelmer Koornstra, emeritus predikant en 60-er jaren freak, neemt ons...

Lees verder

Een weg ten leven – Anselm Grün

19:00 - 20:30 13 April 2019 Markuskerk - Breda

Anselm Grün spreekt op 13 april over zijn boek Een...

Lees verder