De rol van de dichter in Heideggers ontologie

25 September 2019 in Cursus

Vanaf de jaren dertig van de twintigste eeuw speelt de bezinning op het wezen van de taal een steeds grotere rol in de ontologie van Heidegger. In het spoor daarvan richt de blik van Heidegger zich ook steeds meer op het werk van de grote Duitse dichters. In deze cursus gaat het om de vraag waarom Heidegger deze wending naar de dichters nodig acht.

Voordat de Tweede Wereldoorlog vooral het Europese continent in een groot inferno had veranderd, werd het Duitse volk in de academische literatuur vaak aangeduid als ‘het volk van de denkers en de dichters.’ Ook Heidegger bekent zich nadrukkelijk tot deze eretitel wanneer hij vanaf de jaren dertig in zijn ontologische project een steeds eminentere rol toekent aan de grote dichters. Van alle grote Duitse dichters heeft, naast Rilke en George, vooral het werk van Hölderlin een onuitwisbare indruk op hem gemaakt, getuige onder andere omschrijvingen als ‘der Dichter der Deutschen’ en ‘der Dichter der Dichter.’

Maar waarom richt Heidegger de blik op de dichters binnen een denken waarin het exclusief gaat om de grondvraag bij uitstek, namelijk de vraag naar de zin van zijn überhaupt of de vraag naar het zijn als zijn. Wat onderscheidt de dichters van de grote wijsgeren?

Data: woensdag 25 september tot en met 4 december, m.u.v. 16 oktober

Meer info? Klik hier. 

Bron afbeelding: Oleh Willy Pragher – Landesarchiv Baden-Württenberg, CC BY-SA 3.0,