Leesfragment: Ubuntu en Nelson Mandela. Afrikaanse filosofie van verzoening.

7 april 2018 in Boeken

Ubuntu-filosofie is een levensfilosofie. Spirituele levenskracht verbindt de mens met zijn samenleving en de natuur. Het streven naar herstel van harmonie en vrede in een versplinterde wereld is daarbij een cruciaal doel.

Nelson Mandela was als leider van de bevrijdingsbeweging ANC, na zijn langdurige gevangenschap op Robbeneiland, sterk door ubuntu geïnspireerd. Deze levensfilosofie gaf hem moed om met de witte minderheidsregering gesprekken aan te gaan om het discriminerende systeem van Apartheid te overwinnen.

Tussen zijn vrijlating in 1990 en de eerste non-raciale verkiezingen in 1994 balanceerde Zuid-Afrika op de rand van een bloedige burgeroorlog. Met geduld en vasthoudendheid wist Mandela echter zijn verzoeningsstrategie door te zetten en een catastrofe te voorkomen. Zijn verzoeningspolitiek is tot op de dag van vandaag een inspiratiebron voor het oplossen van nationale en internationale conflicten. Ubuntu en Nelson Mandela – Afrikaanse filosofie van verzoening geeft een introductie in de Afrikaanse ubuntu-filosofie en behandelt de invloed van deze filosofie op de verzoeningspolitiek van Nelson Mandela. Hieronder een leesfragment.


Het Panta Rhei van ubuntu

1 Stromen of vaststellen

Onze westerse filosofische bril maakt het lastig om het eigene van ubuntu-filosofie te herkennen. Die bril vertekent. Gewend als wij zijn aan fotografische scherpte en onderscheidenheid, zijn de vervloeiende betekenissen van een door animistische noties geïnspireerde filosofie voor ons lastig op te vangen. Hoe kun je daar nu grip op krijgen? Die stroom aan betekenissen glipt toch tussen je vingers door!

Voor een deel is de mysterieuze ochtendnevel die voor onze ogen over het veld van Afrikaanse filosofische landschappen hangt met taal verweven. Verschillende elementaire linguïstische structuren richten onze gedachtegang op verschillende wijze. Laten we het zo zien: er is een universele schering in het weefgetouw van ons menselijk denken, maar er is een inslag aan diversiteit. Daardoor ontstaat in filosofische opvattingen variëteit die toch een dragende eenheid behoudt. Bezien we de metafoor van het weefgetouw van het menselijk denken nader. Pakken we een van de ‘inslagdraden’ op: linguïstische structuren die van taalfamilie tot taalfamilie kunnen verschillen.

In westerse taalfamilies is vanaf de groei naar moderne sociaaleconomische en culturele verhoudingen een objectiverende modus gebruikelijk. Die is ingebed in een grammaticale structuur. Deze objectiverende denkmodus is onder andere door Descartes gestimuleerd. De dualistische opvatting van de werkelijkheid – het denkende subject tegenover een wereld aan objecten – beïnvloedde niet alleen de wetenschappen diepgaand, maar werkte ook in andere sectoren van de samenleving door, zoals die van handel, nijverheid en kunst.

Deze modus kreeg ook in de taal zijn beslag. Het onderwerp – subject – staat bepalend voorop. Daarna komt – qua importantie – de handeling of dat wat plaatsvindt, het werkwoord. De beweging, dat wat gebeurt, volgt in belang. Het is subject-afhankelijk. Wat er plaats vindt, waarmee gehandeld wordt of waarmee iets gebeurt, komt op een derde plaats, als objectiverende intentie. Dat weerspiegelt volgens Ramose een westers activistisch patroon. Het typeert de manier waarop de mens zelf en zijn interactie met de hem omringende wereld begrepen moeten worden. Die wereld wordt gezien als een reservoir aan objecten, of deze is als zodanig objectiveerbaar. Mogobe Ramose noemt deze ‘grammatica’ subject-verb-object linguistic structure. Hier komt – naar de modus van Descartes – het ‘denkende ik’ (het subject) de centrale en initiërende rol toe, niet het ‘wij’, en zeker niet de ‘handeling zelf’.

De westerse taalmodus, zoals Ramose deze aan de orde stelt, raakt tegelijk de huidige discussie over de vrije wil van de mens in de kern. In hoeverre bestaat de vrije wil? Bestaat die überhaupt wel? Zijn menselijke handelingspatronen niet dusdanig in ons gedrag ingeslepen dat wij deze patronen veel eerder volgen dan kiezen? Het betreft het onderzoeksveld van diverse menswetenschappen. En nog een stap verder: zijn onze handelingspatronen en onze mogelijkheden om ons als mens (en gemeenschap) te ontplooien niet brein- c.q. evolutiebepaald? De biologische psychiatrie en biologisch gericht hersenonderzoek benadrukken een grote mate van determinatie van het menselijk gedrag. Kort gezegd: de biologie hanteert de scepter in het menselijk gedrag en de menselijke soort kan vanuit structuren en langdurige processen van de evolutie begrepen worden. Vergelijkingen van menselijk gedrag met dat van andere primaten komen uit deze setting voort. In deze denkmodus is het ‘denkende subject’ – de ‘cartesiaanse mens’ – compleet verdwenen. De mens is in zekere zin speelbal van de natuur geworden, niet in grillige zin, maar naar determinerende krachten van de natuur die biologisch verankerd zijn. Hier wordt ‘Descartes’ op zijn kop gezet: de objectieve werkelijkheid bepaalt het menselijk subject. De bijbehorende linguïstische structuur, zoals Ramose die aangeeft, is dan met object-verb-subject te typeren. Het menselijk subject is er niet meer als onderwerper, maar als onderworpene!

Met deze totale omdraaiing zien we tegelijk een belangrijk aspect van westers (wetenschappelijk) denken terug, dat van finale oppositie. Onverenigbare tegenstellingen – dualistische opposities – geven overzicht en helderheid. Dergelijk inzicht en begrip werd door Descartes nagestreefd: clair et distinct – helder en (scherp) onderscheiden. Het dualisme tussen denken en materie (res cogitans versus res extensa) werd daarbij voorondersteld. Nu zien we in de huidige discussies over de vrije wil van de mens in de kern dit dualisme terugkeren, maar dan qua dominantie andersom. Om het cartesiaans te zeggen: de ‘res extensa’ determineert de ‘res cogitans’.

Natuurlijk zijn er binnen de huidige brein- en evolutiediscussies allerlei grijstinten tussen het ‘zwart’ en ‘wit’ van de extreme opvattingen te vinden. De optimistische visie op de mens – als heer en meester over de natuur en zichzelf – was al veel eerder door ervaringen van de Eerste en Tweede Wereldoorlog aangetast, maar het idee van individuele vrijheid en verantwoordelijkheid blijft voor het merendeel van de mensen uitgangspunt voor de ethiek. Het verwijt aan het adres van de extreme deterministen ‘zo gooi je iedere ethiek overboord’ is begrijpelijk. Maar hoe dan wel het één – menselijke vrijheid/verantwoordelijkheid – en het ander – biologische bepaaldheid – met elkaar te rijmen?

In mijn visie geeft de benaderingswijze van Ramoses ubuntu-filosofie mogelijkheden om bedoelde dualistische patstelling te doorbreken. Juist de verbondenheid die hierin van de mens met zijn samenleving, met de natuur en de kosmos als centraal uitgangspunt wordt geponeerd kan een typisch dualistisch (‘cartesiaans afgestemd’) denken compenseren of corrigeren.


Ubuntu en Nelson Mandela. Afrikaanse filosofie van verzoening.*
Auteur: Henk Haenen
Uitgeverij: Damon
192 pagina’s, Nederlandstalig
ISBN: 9789463401319
Prijs: €24,90

 

 


*Dit artikel bevat (een) gesponsorde link(s), lees meer in onze disclaimer.

Dageraad…een nieuw begin

15:00 - 10:00 23 september 2018 - 27 september 2018 Fredeshiem - Steenwijk

Het thema van deze creatieve midweek is Dageraad…een nieuw begin,...

Lees verder

The Value of Being Judged

19:30 - 21:00 25 september 2018 Zuiderkerk - Amsterdam

Iedereen is op zoek naar bevestiging. Zelfs de mensen die...

Lees verder

Hoe toevallig is toeval?

19.30 - 21.00 25 september 2018 Radboud Universiteit - Nijmegen

Je komt iemand tegen die op dezelfde dag jarig is...

Lees verder

Oude en nieuwe ongelijkheid – Kees Vuyk

19:45 26 september 2018 Remonstrantse kerk - Haarlem

Het onderwijs garandeert gelijke kansen voor iedereen; deze verheffingspolitiek heeft...

Lees verder